|
|
|
|
Welkom op Interplein verzekeringen, rubriek lijfrente
Op deze site treft u diverse informatieblokken (nieuws) en links aan over lijfrente. Voor meer inhoudelijke informatie over lijfrentes adviseren wij u de site
vergelijk-lijfrente.nl te bezoeken.
lijfrente nieuws (1)
|
|
|
|
Onderwerpen >> Stakingen
Stakingsvrijstelling
vervalt
De stakingsvrijstelling
voor ondernemers van ƒ 20.000,- of ƒ 45.000,- (als de ondernemer op het
moment van staken 55 jaar of ouder is) vervalt. Dit geldt ook voor de
bijzondere belastingtarieven van 20% bij overlijden en 45% bij het staken
van de onderneming bij leven. De opbrengsten uit bedrijfsbeëindiging worden
vanaf 2001 bovendien belast tegen het progressieve tarief van 52%. De
stakingsvrijstelling wordt in het nieuwe stelsel vervangen door een
stakingsaftrek van ƒ 8.000,- die één keer in het leven van een ondernemer
toegepast kan worden bij volledige staking van de onderneming.
Omdat de stakingsaftrek
onderdeel uitmaakt van de ondernemersaftrek kunnen ook ondernemers met
meerdere ondernemingen slechts eenmaal in hun leven gebruik maken van de
aftrek. Net als onder de huidige wetgeving, is stakingsaftrek bij
geruisloze doorschuiving alleen mogelijk als de onderneming langer dan drie
jaar voor rekening van de ondernemer gedreven is. De bestaande
stakingsvrijstelling zal, voor personen die in 2000 al ondernemer waren, in
de periode 2000 - 2005 met 20% per jaar worden afgebouwd.
Heeft u al eerder
gebruik gemaakt van de stakingsvrijstelling, dan wordt dat bedrag in
mindering gebracht op de vrijstelling waar u nog recht op heeft. Uw
stakingsvrijstelling is echter nooit minder dan ƒ 8.000,-. Naast de
stakingsaftrek bij een gehele staking, komt er ook een tijdelijke
stakingsaftrek bij gedeeltelijke staking van de onderneming. Vanaf 2006 is
de stakingsaftrek bij gedeeltelijke staking nihil.
De bedragen van de
stakingsaftrek zullen (afhankelijk van uw leeftijd op het moment van
staken) de komende jaren als volgt zijn:
|
Jaar
|
Stakingsvrijstelling
voor ondernemers van 55 of ouder
|
Stakingsvrijstelling
voor ondernemers jonger dan 55
|
Stakingsvrijstelling
bij gedeeltelijke staking
|
|
2001
|
45.000,-
|
20.000,-
|
20.000,-
|
|
2002
|
37.600,-
|
17.600,-
|
16.000,-
|
|
2003
|
30.200,-
|
15.200,-
|
12.000,-
|
|
2004
|
22.800,-
|
12.800,-
|
8.000,-
|
|
2005
|
15.400,-
|
10.400,-
|
4.000,-
|
|
Extra aftrek door
omzetting stakingswinst in lijfrente
Als u uw onderneming staakt kunt u, ook na 2001, gebruik maken van een extra
aftrekmogelijkheid door uw stakingswinst om te zetten in een lijfrente. Uw
maximale aftrek bedraagt in ieder geval ƒ 192.699,-. Bent u op het moment
van staken ouder dan 50, maar jonger dan 60 jaar en gaan de
lijfrentetermijnen onmiddellijk in, dan mag u maximaal ƒ 385.387,-
aftrekken. U mag maximaal ƒ 770.761,- aftrekken wanneer u op het moment van
staken 60 jaar of ouder bent, wanneer u op het moment van staken voor 45%
of meer arbeidsongeschikt bent en de lijfrentetermijnen binnen zes maanden
na het staken ingaan of wanneer de onderneming gestaakt wordt ten gevolge
van het overlijden van de ondernemer. In alle gevallen moet de maximale
aftrek verminderd worden met de waarde in het economisch verkeer op het
moment van staken van:
- aanspraken op bestaande
pensioenregelingen;
- aanspraken op grond van de
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen;
- het bedrag van de FOR aan
het begin van het kalenderjaar;
- bedragen die in eerdere
jaren zijn gebruikt voor de toetsingsvrije aftrek, de jaaraftrek, de
inhaalaftrek en de omzetting van de FOR;
- bedragen die al eerder als
stakingswinst zijn omgezet in een lijfrente;
- bedragen die al in aftrek
zijn gebracht op basis van de tweede, derde, vierde en vijfde tranche van
het huidige fiscale regime (Wet IB1964) en
- aanspraken op vergoedingen
voor bedrijfsbeëindiging van door ministers opgerichte stichtingen ter
bevordering van de ontwikkeling en sanering binnen het bedrijfsleven.
Commanditaire
vennootschappen
Voor CV's vervalt de stakingsvrijstelling uiteindelijk in zijn geheel.
Commanditaire vennoten wiens participatie op 12 januari 2000 reeds bestond
en waarvan toen verwacht mocht worden dat deze maximaal tien jaar zou
bestaan, mogen nog tot en met 2006 gebruik maken van de huidige
stakingsvrijstelling.
Commanditaire vennoten wiens participatie na 12 januari 2000 maar voor 1
januari 2001 is ingegaan, kunnen onder de volgende voorwaarden ook nog
eenmalig gebruik maken van de huidige stakingsvrijstelling:
- de verwachting was dat de
participatie maximaal zeven jaar zou duren;
- de bedrijfsmiddelen waarin
zij geïnvesteerd hebben, zijn voor 2003 in gebruik genomen;
- de voordelen die zij
genieten hebben geen betrekking op onroerende zaken;
- de participatie heeft betrekking
op een film- of scheepvaart CV
Ondernemers : Ondernemers
|="\index.html" rel="nofollow">
|
|
|
|
|
Onderwerpen >> Stakingen
Stakingsvrijstelling
vervalt
De stakingsvrijstelling
voor ondernemers van ƒ 20.000,- of ƒ 45.000,- (als de ondernemer op het
moment van staken 55 jaar of ouder is) vervalt. Dit geldt ook voor de
bijzondere belastingtarieven van 20% bij overlijden en 45% bij het staken
van de onderneming bij leven. De opbrengsten uit bedrijfsbeëindiging worden
vanaf 2001 bovendien belast tegen het progressieve tarief van 52%. De
stakingsvrijstelling wordt in het nieuwe stelsel vervangen door een
stakingsaftrek van ƒ 8.000,- die één keer in het leven van een ondernemer
toegepast kan worden bij volledige staking van de onderneming.
Omdat de stakingsaftrek
onderdeel uitmaakt van de ondernemersaftrek kunnen ook ondernemers met
meerdere ondernemingen slechts eenmaal in hun leven gebruik maken van de
aftrek. Net als onder de huidige wetgeving, is stakingsaftrek bij
geruisloze doorschuiving alleen mogelijk als de onderneming langer dan drie
jaar voor rekening van de ondernemer gedreven is. De bestaande
stakingsvrijstelling zal, voor personen die in 2000 al ondernemer waren, in
de periode 2000 - 2005 met 20% per jaar worden afgebouwd.
Heeft u al eerder
gebruik gemaakt van de stakingsvrijstelling, dan wordt dat bedrag in
mindering gebracht op de vrijstelling waar u nog recht op heeft. Uw
stakingsvrijstelling is echter nooit minder dan ƒ 8.000,-. Naast de
stakingsaftrek bij een gehele staking, komt er ook een tijdelijke
stakingsaftrek bij gedeeltelijke staking van de onderneming. Vanaf 2006 is
de stakingsaftrek bij gedeeltelijke staking nihil.
De bedragen van de
stakingsaftrek zullen (afhankelijk van uw leeftijd op het moment van
staken) de komende jaren als volgt zijn:
|
Jaar
|
Stakingsvrijstelling
voor ondernemers van 55 of ouder
|
Stakingsvrijstelling
voor ondernemers jonger dan 55
|
Stakingsvrijstelling
bij gedeeltelijke staking
|
|
2001
|
45.000,-
|
20.000,-
|
20.000,-
|
|
2002
|
37.600,-
|
17.600,-
|
16.000,-
|
|
2003
|
30.200,-
|
15.200,-
|
12.000,-
|
|
2004
|
22.800,-
|
12.800,-
|
8.000,-
|
|
2005
|
15.400,-
|
10.400,-
|
4.000,-
|
|
Extra aftrek door
omzetting stakingswinst in lijfrente
Als u uw onderneming staakt kunt u, ook na 2001, gebruik maken van een extra
aftrekmogelijkheid door uw stakingswinst om te zetten in een lijfrente. Uw
maximale aftrek bedraagt in ieder geval ƒ 192.699,-. Bent u op het moment
van staken ouder dan 50, maar jonger dan 60 jaar en gaan de
lijfrentetermijnen onmiddellijk in, dan mag u maximaal ƒ 385.387,-
aftrekken. U mag maximaal ƒ 770.761,- aftrekken wanneer u op het moment van
staken 60 jaar of ouder bent, wanneer u op het moment van staken voor 45%
of meer arbeidsongeschikt bent en de lijfrentetermijnen binnen zes maanden
na het staken ingaan of wanneer de onderneming gestaakt wordt ten gevolge
van het overlijden van de ondernemer. In alle gevallen moet de maximale
aftrek verminderd worden met de waarde in het economisch verkeer op het
moment van staken van:
- aanspraken op bestaande
pensioenregelingen;
- aanspraken op grond van de
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen;
- het bedrag van de FOR aan
het begin van het kalenderjaar;
- bedragen die in eerdere
jaren zijn gebruikt voor de toetsingsvrije aftrek, de jaaraftrek, de
inhaalaftrek en de omzetting van de FOR;
- bedragen die al eerder als
stakingswinst zijn omgezet in een lijfrente;
- bedragen die al in aftrek
zijn gebracht op basis van de tweede, derde, vierde en vijfde tranche van
het huidige fiscale regime (Wet IB1964) en
- aanspraken op vergoedingen
voor bedrijfsbeëindiging van door ministers opgerichte stichtingen ter
bevordering van de ontwikkeling en sanering binnen het bedrijfsleven.
Commanditaire
vennootschappen
Voor CV's vervalt de stakingsvrijstelling uiteindelijk in zijn geheel.
Commanditaire vennoten wiens participatie op 12 januari 2000 reeds bestond
en waarvan toen verwacht mocht worden dat deze maximaal tien jaar zou
bestaan, mogen nog tot en met 2006 gebruik maken van de huidige
stakingsvrijstelling.
Commanditaire vennoten wiens participatie na 12 januari 2000 maar voor 1
januari 2001 is ingegaan, kunnen onder de volgende voorwaarden ook nog
eenmalig gebruik maken van de huidige stakingsvrijstelling:
- de verwachting was dat de
participatie maximaal zeven jaar zou duren;
- de bedrijfsmiddelen waarin
zij geïnvesteerd hebben, zijn voor 2003 in gebruik genomen;
- de voordelen die zij
genieten hebben geen betrekking op onroerende zaken;
- de participatie heeft betrekking
op een film- of scheepvaart CV
Ondernemers : Ondernemers
|="\index.html" rel="nofollow">
|
|
|
|
Onderwerpen >> Stakingen
Stakingsvrijstelling
vervalt
De stakingsvrijstelling
voor ondernemers van ƒ 20.000,- of ƒ 45.000,- (als de ondernemer op het
moment van staken 55 jaar of ouder is) vervalt. Dit geldt ook voor de
bijzondere belastingtarieven van 20% bij overlijden en 45% bij het staken
van de onderneming bij leven. De opbrengsten uit bedrijfsbeëindiging worden
vanaf 2001 bovendien belast tegen het progressieve tarief van 52%. De
stakingsvrijstelling wordt in het nieuwe stelsel vervangen door een
stakingsaftrek van ƒ 8.000,- die één keer in het leven van een ondernemer
toegepast kan worden bij volledige staking van de onderneming.
Omdat de stakingsaftrek
onderdeel uitmaakt van de ondernemersaftrek kunnen ook ondernemers met
meerdere ondernemingen slechts eenmaal in hun leven gebruik maken van de
aftrek. Net als onder de huidige wetgeving, is stakingsaftrek bij
geruisloze doorschuiving alleen mogelijk als de onderneming langer dan drie
jaar voor rekening van de ondernemer gedreven is. De bestaande
stakingsvrijstelling zal, voor personen die in 2000 al ondernemer waren, in
de periode 2000 - 2005 met 20% per jaar worden afgebouwd.
Heeft u al eerder
gebruik gemaakt van de stakingsvrijstelling, dan wordt dat bedrag in
mindering gebracht op de vrijstelling waar u nog recht op heeft. Uw
stakingsvrijstelling is echter nooit minder dan ƒ 8.000,-. Naast de
stakingsaftrek bij een gehele staking, komt er ook een tijdelijke
stakingsaftrek bij gedeeltelijke staking van de onderneming. Vanaf 2006 is
de stakingsaftrek bij gedeeltelijke staking nihil.
De bedragen van de
stakingsaftrek zullen (afhankelijk van uw leeftijd op het moment van
staken) de komende jaren als volgt zijn:
|
Jaar
|
Stakingsvrijstelling
voor ondernemers van 55 of ouder
|
Stakingsvrijstelling
voor ondernemers jonger dan 55
|
Stakingsvrijstelling
bij gedeeltelijke staking
|
|
2001
|
45.000,-
|
20.000,-
|
20.000,-
|
|
2002
|
37.600,-
|
17.600,-
|
16.000,-
|
|
2003
|
30.200,-
|
15.200,-
|
12.000,-
|
|
2004
|
22.800,-
|
12.800,-
|
8.000,-
|
|
2005
|
15.400,-
|
10.400,-
|
4.000,-
|
|
Extra aftrek door
omzetting stakingswinst in lijfrente
Als u uw onderneming staakt kunt u, ook na 2001, gebruik maken van een extra
aftrekmogelijkheid door uw stakingswinst om te zetten in een lijfrente. Uw
maximale aftrek bedraagt in ieder geval ƒ 192.699,-. Bent u op het moment
van staken ouder dan 50, maar jonger dan 60 jaar en gaan de
lijfrentetermijnen onmiddellijk in, dan mag u maximaal ƒ 385.387,-
aftrekken. U mag maximaal ƒ 770.761,- aftrekken wanneer u op het moment van
staken 60 jaar of ouder bent, wanneer u op het moment van staken voor 45%
of meer arbeidsongeschikt bent en de lijfrentetermijnen binnen zes maanden
na het staken ingaan of wanneer de onderneming gestaakt wordt ten gevolge
van het overlijden van de ondernemer. In alle gevallen moet de maximale
aftrek verminderd worden met de waarde in het economisch verkeer op het
moment van staken van:
- aanspraken op bestaande
pensioenregelingen;
- aanspraken op grond van de
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen;
- het bedrag van de FOR aan
het begin van het kalenderjaar;
- bedragen die in eerdere
jaren zijn gebruikt voor de toetsingsvrije aftrek, de jaaraftrek, de
inhaalaftrek en de omzetting van de FOR;
- bedragen die al eerder als
stakingswinst zijn omgezet in een lijfrente;
- bedragen die al in aftrek
zijn gebracht op basis van de tweede, derde, vierde en vijfde tranche van
het huidige fiscale regime (Wet IB1964) en
- aanspraken op vergoedingen
voor bedrijfsbeëindiging van door ministers opgerichte stichtingen ter
bevordering van de ontwikkeling en sanering binnen het bedrijfsleven.
Commanditaire
vennootschappen
Voor CV's vervalt de stakingsvrijstelling uiteindelijk in zijn geheel.
Commanditaire vennoten wiens participatie op 12 januari 2000 reeds bestond
en waarvan toen verwacht mocht worden dat deze maximaal tien jaar zou
bestaan, mogen nog tot en met 2006 gebruik maken van de huidige
stakingsvrijstelling.
Commanditaire vennoten wiens participatie na 12 januari 2000 maar voor 1
januari 2001 is ingegaan, kunnen onder de volgende voorwaarden ook nog
eenmalig gebruik maken van de huidige stakingsvrijstelling:
- de verwachting was dat de
participatie maximaal zeven jaar zou duren;
- de bedrijfsmiddelen waarin
zij geïnvesteerd hebben, zijn voor 2003 in gebruik genomen;
- de voordelen die zij
genieten hebben geen betrekking op onroerende zaken;
- de participatie heeft betrekking
op een film- of scheepvaart CV
Ondernemers : Ondernemers
|="\index.html" rel="nofollow">
|
|
|
|
Onderwerpen >> Stakingen
Stakingsvrijstelling
vervalt
De stakingsvrijstelling
voor ondernemers van ƒ 20.000,- of ƒ 45.000,- (als de ondernemer op het
moment van staken 55 jaar of ouder is) vervalt. Dit geldt ook voor de
bijzondere belastingtarieven van 20% bij overlijden en 45% bij het staken
van de onderneming bij leven. De opbrengsten uit bedrijfsbeëindiging worden
vanaf 2001 bovendien belast tegen het progressieve tarief van 52%. De
stakingsvrijstelling wordt in het nieuwe stelsel vervangen door een
stakingsaftrek van ƒ 8.000,- die één keer in het leven van een ondernemer
toegepast kan worden bij volledige staking van de onderneming.
Omdat de stakingsaftrek
onderdeel uitmaakt van de ondernemersaftrek kunnen ook ondernemers met
meerdere ondernemingen slechts eenmaal in hun leven gebruik maken van de
aftrek. Net als onder de huidige wetgeving, is stakingsaftrek bij
geruisloze doorschuiving alleen mogelijk als de onderneming langer dan drie
jaar voor rekening van de ondernemer gedreven is. De bestaande
stakingsvrijstelling zal, voor personen die in 2000 al ondernemer waren, in
de periode 2000 - 2005 met 20% per jaar worden afgebouwd.
Heeft u al eerder
gebruik gemaakt van de stakingsvrijstelling, dan wordt dat bedrag in
mindering gebracht op de vrijstelling waar u nog recht op heeft. Uw
stakingsvrijstelling is echter nooit minder dan ƒ 8.000,-. Naast de
stakingsaftrek bij een gehele staking, komt er ook een tijdelijke
stakingsaftrek bij gedeeltelijke staking van de onderneming. Vanaf 2006 is
de stakingsaftrek bij gedeeltelijke staking nihil.
De bedragen van de
stakingsaftrek zullen (afhankelijk van uw leeftijd op het moment van
staken) de komende jaren als volgt zijn:
|
Jaar
|
Stakingsvrijstelling
voor ondernemers van 55 of ouder
|
Stakingsvrijstelling
voor ondernemers jonger dan 55
|
Stakingsvrijstelling
bij gedeeltelijke staking
|
|
2001
|
45.000,-
|
20.000,-
|
20.000,-
|
|
2002
|
37.600,-
|
17.600,-
|
16.000,-
|
|
2003
|
30.200,-
|
15.200,-
|
12.000,-
|
|
2004
|
22.800,-
|
12.800,-
|
8.000,-
|
|
2005
|
15.400,-
|
10.400,-
|
4.000,-
|
|
Extra aftrek door
omzetting stakingswinst in lijfrente
Als u uw onderneming staakt kunt u, ook na 2001, gebruik maken van een extra
aftrekmogelijkheid door uw stakingswinst om te zetten in een lijfrente. Uw
maximale aftrek bedraagt in ieder geval ƒ 192.699,-. Bent u op het moment
van staken ouder dan 50, maar jonger dan 60 jaar en gaan de
lijfrentetermijnen onmiddellijk in, dan mag u maximaal ƒ 385.387,-
aftrekken. U mag maximaal ƒ 770.761,- aftrekken wanneer u op het moment van
staken 60 jaar of ouder bent, wanneer u op het moment van staken voor 45%
of meer arbeidsongeschikt bent en de lijfrentetermijnen binnen zes maanden
na het staken ingaan of wanneer de onderneming gestaakt wordt ten gevolge
van het overlijden van de ondernemer. In alle gevallen moet de maximale
aftrek verminderd worden met de waarde in het economisch verkeer op het
moment van staken van:
- aanspraken op bestaande
pensioenregelingen;
- aanspraken op grond van de
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen;
- het bedrag van de FOR aan
het begin van het kalenderjaar;
- bedragen die in eerdere
jaren zijn gebruikt voor de toetsingsvrije aftrek, de jaaraftrek, de
inhaalaftrek en de omzetting van de FOR;
- bedragen die al eerder als
stakingswinst zijn omgezet in een lijfrente;
- bedragen die al in aftrek
zijn gebracht op basis van de tweede, derde, vierde en vijfde tranche van
het huidige fiscale regime (Wet IB1964) en
- aanspraken op vergoedingen
voor bedrijfsbeëindiging van door ministers opgerichte stichtingen ter
bevordering van de ontwikkeling en sanering binnen het bedrijfsleven.
Commanditaire
vennootschappen
Voor CV's vervalt de stakingsvrijstelling uiteindelijk in zijn geheel.
Commanditaire vennoten wiens participatie op 12 januari 2000 reeds bestond
en waarvan toen verwacht mocht worden dat deze maximaal tien jaar zou
bestaan, mogen nog tot en met 2006 gebruik maken van de huidige
stakingsvrijstelling.
Commanditaire vennoten wiens participatie na 12 januari 2000 maar voor 1
januari 2001 is ingegaan, kunnen onder de volgende voorwaarden ook nog
eenmalig gebruik maken van de huidige stakingsvrijstelling:
- de verwachting was dat de
participatie maximaal zeven jaar zou duren;
- de bedrijfsmiddelen waarin
zij geïnvesteerd hebben, zijn voor 2003 in gebruik genomen;
- de voordelen die zij
genieten hebben geen betrekking op onroerende zaken;
- de participatie heeft betrekking
op een film- of scheepvaart CV
Ondernemers : Ondernemers
| Omzetbelasting | Loonbelasting l Investeringsregelingen l Motorrijtuigenbelasting | vennootschapsbelasting l Ziekenfondswet zelfstandigen l Startende ondernemers l veranderingen |
Winst uit onderneming belast
in box 1 l Meesleep- en
meetrekregeling l Commanditaire
vennoten l Scheepvaart- en
film cv's l Man-vrouwfirma's l Fiscale
beleggingsinstelling l Aftrekposten voor
ondernemers l Investerings-
en scholingsaftrek l Stakingen
l Klein bedrijf belastingvrij
over te dragen l Fiscale
oudedagsreserve l Reiskosten
l Werkgeversvergoedingen
en bedrijfsspaarregelingen l Strafheffing op vennootschapbelasting bij sterke toename
dividenduitkering
|
|
|
|
Aangeboden door: lijfrente| Loonbelasting l Investeringsregelingen l Motorrijtuigenbelasting | vennootschapsbelasting l Ziekenfondswet zelfstandigen l Startende ondernemers l veranderingen |
Winst uit onderneming belast
in box 1 l Meesleep- en
meetrekregeling l Commanditaire
vennoten l Scheepvaart- en
film cv's l Man-vrouwfirma's l Fiscale
beleggingsinstelling l Aftrekposten voor
ondernemers l Investerings-
en scholingsaftrek l Stakingen
l Klein bedrijf belastingvrij
over te dragen l Fiscale
oudedagsreserve l Reiskosten
l Werkgeversvergoedingen
en bedrijfsspaarregelingen l Strafheffing op vennootschapbelasting bij sterke toename
dividenduitkering
|
|
Aangeboden door: lijfrente| Loonbelasting l Investeringsregelingen l Motorrijtuigenbelasting | vennootschapsbelasting l Ziekenfondswet zelfstandigen l Startende ondernemers l veranderingen |
Winst uit onderneming belast
in box 1 l Meesleep- en
meetrekregeling l Commanditaire
vennoten l Scheepvaart- en
film cv's l Man-vrouwfirma's l Fiscale
beleggingsinstelling l Aftrekposten voor
ondernemers l Investerings-
en scholingsaftrek l Stakingen
l Klein bedrijf belastingvrij
over te dragen l Fiscale
oudedagsreserve l Reiskosten
l Werkgeversvergoedingen
en bedrijfsspaarregelingen l Strafheffing op vennootschapbelasting bij sterke toename
dividenduitkering
|
|
Aangeboden door: n1-lijfrente.nl/| Loonbelasting l Investeringsregelingen l Motorrijtuigenbelasting | vennootschapsbelasting l Ziekenfondswet zelfstandigen l Startende ondernemers l veranderingen |
Winst uit onderneming belast
in box 1 l Meesleep- en
meetrekregeling l Commanditaire
vennoten l Scheepvaart- en
film cv's l Man-vrouwfirma's l Fiscale
beleggingsinstelling l Aftrekposten voor
ondernemers l Investerings-
en scholingsaftrek l Stakingen
l Klein bedrijf belastingvrij
over te dragen l Fiscale
oudedagsreserve l Reiskosten
l Werkgeversvergoedingen
en bedrijfsspaarregelingen l Strafheffing op vennootschapbelasting bij sterke toename
dividenduitkering
|
|
Aangeboden door: n1-lijfrente.nl/
lijfrente nieuws (2)
|
|
|
|
Onderwerpen >> Stakingen
Stakingsvrijstelling
vervalt
De stakingsvrijstelling
voor ondernemers van ƒ 20.000,- of ƒ 45.000,- (als de ondernemer op het
moment van staken 55 jaar of ouder is) vervalt. Dit geldt ook voor de
bijzondere belastingtarieven van 20% bij overlijden en 45% bij het staken
van de onderneming bij leven. De opbrengsten uit bedrijfsbeëindiging worden
vanaf 2001 bovendien belast tegen het progressieve tarief van 52%. De
stakingsvrijstelling wordt in het nieuwe stelsel vervangen door een
stakingsaftrek van ƒ 8.000,- die één keer in het leven van een ondernemer
toegepast kan worden bij volledige staking van de onderneming.
Omdat de stakingsaftrek
onderdeel uitmaakt van de ondernemersaftrek kunnen ook ondernemers met
meerdere ondernemingen slechts eenmaal in hun leven gebruik maken van de
aftrek. Net als onder de huidige wetgeving, is stakingsaftrek bij
geruisloze doorschuiving alleen mogelijk als de onderneming langer dan drie
jaar voor rekening van de ondernemer gedreven is. De bestaande
stakingsvrijstelling zal, voor personen die in 2000 al ondernemer waren, in
de periode 2000 - 2005 met 20% per jaar worden afgebouwd.
Heeft u al eerder
gebruik gemaakt van de stakingsvrijstelling, dan wordt dat bedrag in
mindering gebracht op de vrijstelling waar u nog recht op heeft. Uw
stakingsvrijstelling is echter nooit minder dan ƒ 8.000,-. Naast de
stakingsaftrek bij een gehele staking, komt er ook een tijdelijke
stakingsaftrek bij gedeeltelijke staking van de onderneming. Vanaf 2006 is
de stakingsaftrek bij gedeeltelijke staking nihil.
De bedragen van de
stakingsaftrek zullen (afhankelijk van uw leeftijd op het moment van
staken) de komende jaren als volgt zijn:
|
Jaar
|
Stakingsvrijstelling
voor ondernemers van 55 of ouder
|
Stakingsvrijstelling
voor ondernemers jonger dan 55
|
Stakingsvrijstelling
bij gedeeltelijke staking
|
|
2001
|
45.000,-
|
20.000,-
|
20.000,-
|
|
2002
|
37.600,-
|
17.600,-
|
16.000,-
|
|
2003
|
30.200,-
|
15.200,-
|
12.000,-
|
|
2004
|
22.800,-
|
12.800,-
|
8.000,-
|
|
2005
|
15.400,-
|
10.400,-
|
4.000,-
|
|
Extra aftrek door
omzetting stakingswinst in lijfrente
Als u uw onderneming staakt kunt u, ook na 2001, gebruik maken van een extra
aftrekmogelijkheid door uw stakingswinst om te zetten in een lijfrente. Uw
maximale aftrek bedraagt in ieder geval ƒ 192.699,-. Bent u op het moment
van staken ouder dan 50, maar jonger dan 60 jaar en gaan de
lijfrentetermijnen onmiddellijk in, dan mag u maximaal ƒ 385.387,-
aftrekken. U mag maximaal ƒ 770.761,- aftrekken wanneer u op het moment van
staken 60 jaar of ouder bent, wanneer u op het moment van staken voor 45%
of meer arbeidsongeschikt bent en de lijfrentetermijnen binnen zes maanden
na het staken ingaan of wanneer de onderneming gestaakt wordt ten gevolge
van het overlijden van de ondernemer. In alle gevallen moet de maximale
aftrek verminderd worden met de waarde in het economisch verkeer op het
moment van staken van:
- aanspraken op bestaande
pensioenregelingen;
- aanspraken op grond van de
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen;
- het bedrag van de FOR aan
het begin van het kalenderjaar;
- bedragen die in eerdere
jaren zijn gebruikt voor de toetsingsvrije aftrek, de jaaraftrek, de
inhaalaftrek en de omzetting van de FOR;
- bedragen die al eerder als
stakingswinst zijn omgezet in een lijfrente;
- bedragen die al in aftrek
zijn gebracht op basis van de tweede, derde, vierde en vijfde tranche van
het huidige fiscale regime (Wet IB1964) en
- aanspraken op vergoedingen
voor bedrijfsbeëindiging van door ministers opgerichte stichtingen ter
bevordering van de ontwikkeling en sanering binnen het bedrijfsleven.
Commanditaire
vennootschappen
Voor CV's vervalt de stakingsvrijstelling uiteindelijk in zijn geheel.
Commanditaire vennoten wiens participatie op 12 januari 2000 reeds bestond
en waarvan toen verwacht mocht worden dat deze maximaal tien jaar zou
bestaan, mogen nog tot en met 2006 gebruik maken van de huidige
stakingsvrijstelling.
Commanditaire vennoten wiens participatie na 12 januari 2000 maar voor 1
januari 2001 is ingegaan, kunnen onder de volgende voorwaarden ook nog
eenmalig gebruik maken van de huidige stakingsvrijstelling:
- de verwachting was dat de
participatie maximaal zeven jaar zou duren;
- de bedrijfsmiddelen waarin
zij geïnvesteerd hebben, zijn voor 2003 in gebruik genomen;
- de voordelen die zij
genieten hebben geen betrekking op onroerende zaken;
- de participatie heeft betrekking
op een film- of scheepvaart CV
Ondernemers : Ondernemers
| Omzetbelasting | Loonbelasting l Investeringsregelingen l Motorrijtuigenbelasting | vennootschapsbelasting l Ziekenfondswet zelfstandigen l Startende ondernemers l veranderingen |
Winst uit onderneming belast
in box 1 l Meesleep- en
meetrekregeling l Commanditaire
vennoten l Scheepvaart- en
film cv's l Man-vrouwfirma's l Fiscale
beleggingsinstelling l Aftrekposten voor
ondernemers l Investerings-
en scholingsaftrek l Stakingen
l Klein bedrijf belastingvrij
over te dragen l Fiscale
oudedagsreserve l Reiskosten
l Werkgeversvergoedingen
en bedrijfsspaarregelingen l Strafheffing op vennootschapbelasting bij sterke toename
dividenduitkering
|
|
|
|
Aangeboden door: lijfrente
lijfrente nieuws (3)
Gouden handdruk
Een gouden handdruk is een vergoeding voor te derven inkomen ten gevolge van
ontslag. Belastingbetaling over de gouden handdruk kan echter uitgesteld
worden. Er zijn 3 mogelijkheden die een ontvanger van een gouden handdruk ter
beschikking staan:
1. Direct afrekenen met de fiscus
2. Gouden handdruk onderbrengen bij een verzekeraar
3. Oprichten van een stamrecht-BV
1. Direct afrekenen met de fiscus
Als een ontslagen werknemer ervoor kiest ineens af te rekenen met de fiscus
moet hij belasting betalen over de totale waarde van de gouden handdruk volgens
de tarieven in box 1 (maximaal 52%).
2. Lijfrente aankopen bij een verzekeraar
De afkoopsom kan ondergebracht worden bij een verzekeringsmaatschappij. De
werkgever stort de afkoopsom dan rechtstreeks bij de verzekeraar, die voor dat
bedrag een lijfrente aankoopt. Deze lijfrente kan 2 vormen hebben: een direct
ingaande lijfrente of een uitgestelde lijfrente.
Direct ingaande lijfrente
De direct ingaande lijfrente verzorgt –per direct- een periodieke (bijvoorbeeld
maandelijkse) uitkering. Deze uitkering wordt beschouwd als inkomen en daarover
is men inkomstenbelasting verschuldigd. De verzekerde kan zelf de duur van de
uitkering bepalen.
Uitgestelde lijfrente
Bij de uitgestelde lijfrente wordt de afkoopsom door de verzekeraar belegd tot
een bepaalde einddatum (bijvoorbeeld tot de 65-jarige leeftijd van de
ex-werknemer). Daarna volgen de periodieke uitkeringen van het opgebouwde
kapitaal. Deze moeten uiterlijk op de 65-jarige leeftijd starten. Ook hier kan
de verzekerde de duur van de uitkeringen zelf bepalen. De uitgestelde lijfrente
wordt pas bij uitkering beschouwd als inkomen, waarover dan belasting betaald
moet worden.
Het doel van een uitgestelde-
lijfrenteverzekering is om een aanvulling op het pensioen te creëren. Ten
gevolge van ontslag ontstaat immers vaak een pensioengat.
3. Het oprichten van een stamrecht-BV
De afkoopsom kan ook gebruikt worden om een stamrecht-BV op te richten. Dit kan
met name bij afkoopsommen vanaf € 65.000 een interessante optie zijn. De gouden
handdruk wordt ingebracht in een BV, die dit geld naar eigen keuze gaat
beleggen. Uiterlijk op 65-jarige leeftijd van de ontslagene, moet de BV het
belegde geld periodiek uit gaan keren. Die uitkeringen zijn op dat moment
belast.
Aangeboden door: lijfrente aftrek calculator
| |
Terug naar Interplein verzekeringen |